FLEGT-vergunningensysteem - invoer van hout uit Indonesië

27 mei 2014

In PbEU L 150 van 20 mei 2014 is de Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie, gepubliceerd. Voor de invoer van bepaalde houtproducten moet een FLEGT-vergunning worden overgelegd.
In mei 2003 heeft de Commissie een mededeling aan het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd met als titel „Wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT): voorstel voor een EU-actieplan”, waarin werd opgeroepen tot maatregelen ter bestrijding van illegale houtkap door middel van vrijwillige partnerschapsovereenkomsten met houtproducerende landen (hierna het „EU-actieplan” genoemd). In oktober 2003 heeft de Raad conclusies over het actieplan vastgesteld en op 11 juli 2005 heeft het Europees Parlement een resolutie over dit onderwerp aangenomen.

Overeenkomstig Besluit 2013/486/EU (zie www.inenuitvoer.nl; 2013-1166) werd de Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie (hierna de „overeenkomst” genoemd) op 30 september 2013 ondertekend, onder voorbehoud van het sluiten ervan.

Bij Besluit 2014/284/EU (PbEU L 150 van 20 mei 2014) werd de Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is bij dit besluit gevoegd. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar schriftelijk in kennis stellen van de voltooiing van hun daartoe vereiste procedures.

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a) „invoer in de Unie”: het in de Unie in het vrije verkeer brengen van hout en houtproducten als bedoeld in artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/1992 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, en die niet kunnen worden beschouwd als „goederen waaraan elk handelskarakter vreemd is” zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 6, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2193/1992 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek;

b) „uitvoer”: het feit dat een houtproduct het grondgebied van Indonesië verlaat dan wel daaruit wordt verzonden;

c) „houtproducten”: alle producten die zijn opgesomd in bijlagen IA en IB;

d) „GS-code”: een goederencode van vier of zes cijfers volgens het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, zoals vastgesteld bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie;

e) „FLEGT-vergunning”: een door Indonesië gecontroleerd wettelijk document (V-Legal Document) dat bevestigt dat een lading houtproducten die is bedoeld voor uitvoer naar de Unie legaal is geproduceerd. Een FLEGT-vergunning kan op papier of in elektronische vorm worden afgegeven;

f) „vergunningverlenende autoriteit”: de door Indonesië gemachtigde entiteiten die bevoegd zijn om FLEGT-vergunningen af te geven en geldig te verklaren;

g) „bevoegde autoriteiten”: de autoriteiten die door de lidstaten van de Unie worden aangewezen om FLEGT-vergunningen te ontvangen, te aanvaarden en te controleren;

h) „lading”: een hoeveelheid door een FLEGT-vergunning gedekte houtproducten die door een verzender of expediteur vanuit Indonesië is verzonden en bij een douanekantoor wordt aangeboden voor toelating tot het vrije verkeer in de Unie;

i) „legaal geproduceerd hout”: houtproducten die zijn verkregen of ingevoerd en geproduceerd overeenkomstig de in bijlage II beschreven wetgeving.

Het FLEGT-vergunningensysteem geldt voor de houtproducten die worden genoemd in bijlage IA.

De houtproducten die worden genoemd in bijlage IB mogen niet vanuit Indonesië worden uitgevoerd en hiervoor mag geen FLEGT-vergunning worden afgegeven.

De vergunningverlenende autoriteit controleert of de houtproducten legaal zijn geproduceerd volgens de in bijlage II vermelde wetgeving. De vergunningverlenende autoriteit geeft een FLEGT-vergunning af voor legaal geproduceerde ladingen houtproducten die naar de Unie worden uitgevoerd.

De vergunningverlenende autoriteit geeft geen FLEGT-vergunning af voor houtproducten die volledig of gedeeltelijk bestaan uit houtproducten die uit een derde land in Indonesië zijn ingevoerd op een wijze die is verboden op grond van de wetgeving van dat land of indien er bewijzen bestaan dat bij het produceren van die houtproducten de wetten zijn geschonden van het land waar de bomen zijn gekapt.

De bevoegde autoriteiten controleren of iedere lading wordt gedekt door een geldige FLEGT-vergunning voordat deze wordt toegelaten tot het vrije verkeer in de Unie. Als er twijfel bestaat over de geldigheid van de FLEGT-vergunning, kan de toelating worden geschorst en kan de lading worden vastgehouden.

De procedures voor toelating tot het vrije verkeer in de Unie van ladingen met een FLEGT-vergunning worden beschreven in bijlage III.

Indien de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om te vermoeden dat een vergunning niet geldig of echt is of niet overeenkomt met de lading waarvoor deze wordt geacht te gelden, kunnen de procedures in bijlage III worden toegepast.

Het nummer van de vergunning voor de houtproducten die worden aangegeven om in het vrije verkeer te worden gebracht, moet worden opgegeven in vak 44 van het enig administratief document waarop de douaneaangifte wordt gedaan.

Besluit 2014/284/EU
Art. 1. De Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is bij dit besluit gevoegd.

Art. 2. De voorzitter van de Raad wijst de persoon of personen aan die bevoegd is of zijn om, namens de Europese Unie, over te gaan tot de in artikel 23 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving teneinde de Unie te binden.

Art. 3. De Unie wordt vertegenwoordigd door de Commissie in het Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging, dat overeenkomstig artikel 14 van de overeenkomst wordt opgericht.

De lidstaten kunnen als leden van de delegatie van de Unie deelnemen aan de vergaderingen van het Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging.

Art. 4. Voor de wijziging van de bijlagen bij de overeenkomst overeenkomstig artikel 22 daarvan, wordt de Commissie gemachtigd om conform de procedure bedoeld in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad, elke dusdanige wijziging namens de Unie goed te keuren.

Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Bijlagen: VPA EU-Indonesië, Webnummer: 2014-582